|
|
|
Aan
de zuidrand van de Duitse deelstaat Thüringen, aan de rivier de Schwarza,
ligt Goldisthal. Hier nadert een van de grootste op pompwater functionerende
krachtcentrales van Europa zijn voltooiing. In 1997 werd met de bouw ervan
begonnen. Als de centrale in 2002 of 2003 in bedrijf zal worden genomen,
zullen de vier ondergrondse turbines 1060 megawatt aan energie kunnen leveren.
Het doel van de arge PSW Goldisthal is het creëren van een exploitabele,
betrouwbare en milieuvriendelijke bron van elektrische energie. Door de
turbines onder de grond te installeren, konden de bouwers (VEAG uit Berlijn,
Züblin en Walther Bau uit Duitsland en Stuag uit Oostenrijk) het landschap
ontzien bij de aanleg. Een bijkomend voordeel is dat een ondergrondse krachtcentrale
rendabeler is.
Afgezien van 1060 megawatt aan energie biedt de
centrale nog andere voordelen, waaronder primaire en secundaire vermogensregeling
op het hoogspanningsnet en een directe backupfunctie als een andere centrale
onverhoopt uitvalt. En ten slotte zorgen de bijna duizend arbeiders voor
een economische hausse in de streek tijdens de jaren van aanleg. Op de voltooide
locatie komen 50 arbeidsplaatsen vrij, plus nog 80 bij aanverwante diensten
zoals onderhoudsbedrijven. In tijden van droogte kan het stuwmeer een waterreserve
bevatten van 2,9 miljoen kubieke meter en in tijden van grote regenval kan
het de waterstand beter reguleren dan voorheen. Helaas zal het publiek geen
gebruik kunnen maken van het boven- en het benedenmeer vanwege de gevaarlijk
grote schommelingen in het waterpeil.
Er
komt een zeer nauwkeurige planning en uitvoering kijken bij het creëren
van het 55 hectare metende bovenstuwmeer. De rivier moet worden ingedamd,
er moet 4,7 kilometer aan tunnels in de berg worden geboord en enorme hoeveelheden
steen worden afgegraven. Zo moest de plaats van de onderaardse ruimte voor
de hoofdturbine bijvoorbeeld worden gewijzigd vanwege een geologisch breukvlak.
Ondanks de reusachtige schaal van het project is het met voortvarendheid
uitgevoerd. Volgens VEAG waren er bij de uitvoering geen wereldschokkende
nieuwe technieken vereist. Het was gewoon een kwestie van opblazen en boren.
Er werden vanuit de lucht grote "muurankers" geplaatst
in de vorm van betonnen en stalen matten om kliffen en passages voor instorten
te behoeden. De meer dan 300.000 kubieke meter afgegraven puin wordt gebruikt
voor het opvullen van de stuwdammen. De exacte hoeveelheid beton die erbij
komt kijken, zal pas na afloop bekend zijn, maar de betonfabriek op de locatie
moet hard werken om de dagelijks benodigde hoeveelheid te kunnen leveren.
Als de dammen klaar zijn, zullen ze met beplanting in het landschap worden
geïntegreerd. De administratieve gebouwen worden zorgvuldig in de lokale
bouwstijl opgetrokken.
Er
werden vanuit de lucht grote "muurankers" geplaatst in de vorm van
betonnen en stalen matten om kliffen en passages voor instorten te
behoeden. De meer dan 300.000 kubieke meter afgegraven puin wordt
gebruikt voor het opvullen van de stuwdammen. De exacte hoeveelheid
beton die erbij komt kijken, zal pas na afloop bekend zijn, maar de
betonfabriek op de locatie moet hard werken om de dagelijks benodigde
hoeveelheid te kunnen leveren. Als de dammen klaar zijn, zullen ze
met beplanting in het landschap worden geïntegreerd. De administratieve
gebouwen worden zorgvuldig in de lokale bouwstijl opgetrokken.
Tijdens en na de aanleg van de dam zal VEAG
de plaatselijke flora en fauna ononderbroken controleren om eventuele
door het project veroorzaakte verstoringen te verhelpen. VEAG heeft
al een stichting opgericht in samenwerking met de Duitse Vereniging
voor de Bescherming van Milieu en Natuur voor het bevorderen van milieu-georiënteerde
projecten in het oostelijke deel van Duitsland. |
Bibo's
beschermen ondergronds mammoetproject
Waterbeheer
speelt een hoofdrol in elk ondergronds bouwproject, en dat geldt
zeker voor het Goldisthal-project. De 4,7 kilometer lange tunnels
lopen door verschillende geologische lagen, waardoor relatief veel
lekwater vrijkomt. Bovendien worden de tunnels geboord volgens de
"natte" methode en het sterk schurende boorwater komt in opvangbekkens
op de bodem en wordt daar vermengd met lekwater en modder die door
voertuigen de tunnels wordt ingereden. Dit slijtagebevorderende
materiaal moet doorlopend worden weggepompt.
De joint venture ARGE PSW Goldisthal koos
voor die taak onderwaterpompen van de Bibo-serie. Veertig pompen
van 2,2 tot 8,0 kW zijn sinds 1988 continu in bedrijf geweest. Het
verval is hier en daar 40 meter en de capaciteit loopt tot 50 m³/uur.
Er zijn zes Flygt Bibo 2151's (20 kW) met een verval van circa 40
meter en in totaal 400 meter slang besteld en deze worden binnenkort
in bedrijf gesteld.
|
© ITT Flygt AB, Solna, Zweden,
2000. Alle rechten voorbehouden.
|
|